De brandweer op Luchthaven Schiphol heeft twee nieuwe elektrische Scania 23P B6x2*4 bakwagens in gebruik genomen ter ondersteuning van haar operationele en logistieke taken. De voertuigen zijn uitgerust met een gestuurde naloopas, rondom luchtvering, een 10-tons vooras en het kleinste beschikbare batterijpakket. De elektrische Scania’s worden hoofdzakelijk ingezet op het luchthaventerrein, waar een grote actieradius geen vereiste is.
Altijd inzetbaar op een complexe locatie
Het brandweerkorps op Schiphol is 24 uur per dag, 365 dagen per jaar operationeel inzetbaar voor incidentbestrijding op en rond de luchthaven. Met circa 150 uitrukmedewerkers en een ondersteunende organisatie van zo’n 30 tot 40 mensen beschikt de brandweer over een breed scala aan voertuigen: van crashtenders voor vliegtuigbrandbestrijding tot tankautospuiten voor basisbrandweerzorg en ondersteunende eenheden.
De twee nieuwe elektrische Scania’s vallen in die laatste categorie. Het betreft haakarmvoertuigen die worden ingezet voor zowel repressieve taken als bedrijfsvoering. De opbouw van de trucks is verzorgd door Hyva en een van de voertuigen is ook uitgerust met een kraan. Samen zorgen zij voor flexibiliteit binnen de organisatie.
Gerichte elektrificatie
De elektrificatie van het wagenpark op Schiphol is al enige tijd in volle gang en wordt centraal gecoördineerd. Binnen die bredere strategie kijkt ook de brandweer kritisch waar elektrificatie haalbaar en verantwoord is. “Voor ons is het cruciaal dat voertuigen altijd inzetbaar zijn,” vertelt Dirk Bon van brandweer Luchthaven Schiphol.
“Bij sommige brandweervoertuigen is elektrificatie nog complex, maar deze haakarmvoertuigen rijden vrijwel uitsluitend op Schiphol en soms in de regio. Dat maakte ze zeer geschikt om deze stap te zetten. Ze hoeven geen honderden kilometers per dag te rijden. Voor inzet binnen ons verzorgingsgebied en aangrenzende regio’s is de actieradius ruim toereikend,” aldus Bon.
Uitruktijd belangrijker dan range
Waar bij crashtenders de uitruktijd doorslaggevend is, geldt dat voor deze haakarmvoertuigen in mindere mate. Crashtenders moeten binnen drie minuten op elke kop van de baan kunnen zijn, maar deze ondersteunende voertuigen hebben een andere rol. “Deze voertuigen hoeven niet per se binnen die drie minuten ter plaatse te zijn,” legt Bon uit. “Dat gaf ons de ruimte om ervaring op te doen met elektrisch rijden, zonder concessies te doen aan onze primaire inzetsnelheid.”
Veelzijdige inzet met haakarmcontainers
De elektrische Scania’s worden ingezet met verschillende containers. Zo is er een container met specialistisch gereedschap voor vliegtuigbrandbestrijding en een container met een zogeheten first mover: een robot waarmee voertuigen uit parkeergarages of andere moeilijk bereikbare locaties kunnen worden verwijderd.
Daarnaast is er een container voor bedrijfsvoering, bedoeld voor het transport van materialen en autowrakken langs de kazernes. “Door deze containers op elektrische voertuigen te zetten, kunnen we veel taken emissievrij uitvoeren op het luchthaventerrein,” zegt Bon.
Eerste elektrische Scania’s in de vloot
Hoewel Scania al langer onderdeel is van het wagenpark – er rijden onder meer drie Scania-tankautospuiten – zijn dit de eerste volledig elektrische Scania’s bij de brandweer Luchthaven Schiphol. Het onderhoud van de voertuigen is ondergebracht bij Scania Uithoorn.
“Dit is voor ons een belangrijke leerstap,” besluit Bon. “We doen ervaring op met elektrisch rijden in een kritische omgeving. Dat helpt ons om in de toekomst gefundeerde keuzes te maken over verdere verduurzaming van ons wagenpark.”

